Vijf dagen zwoegen in nagebootst Bengaals naaiatelier

Honderdvijftig vrijwilligers werken de komende vijf dagen onafgebroken in een tot naaiatelier omgebouwde zeecontainer in het centrum van Den Haag. Hierin worden de omstandigheden van een kledingfabriek uit Bangladesh nagebootst. De vrijwilligers vragen aandacht voor de slechte arbeidsomstandigheden van kledingarbeiders in landen als Bangladesh en India.

Binnen in de omgebouwde zeecontainer werken vier vrijwilligers zich in het zweet. Uitsluitend vrouwen. Twee dames zitten achter een naaimachine te zwoegen, terwijl de andere twee vrijwilligers staand achter hen stof aan elkaar prikken.

‘Wij zijn hier twee uurtjes, dat is lang genoeg’, zegt Karen Kammeraat (45) uit Den Haag. Ze zag de actie op Facebook voorbijkomen en meldde zich aan. Zelf verkoopt ze duurzame kleding. Haar bril beslaat door het mondkapje terwijl ze praat. Alleen de deur van de zeecontainer staat open voor wat frisse lucht.

Kammeraat is een van de vrijwilligers die deze week voor twee uurtjes bij het naaiatelier aan de slag gaan. Aan hen de uitdaging: maak binnen vijf dagen vijfhonderd stropdassen. Tara Scally is woordvoerder bij Schone Kleren Campagne, die samen met Mama Cash deze actie organiseert. ‘De stropdas staat voor macht. Vrouwen zijn de drijvende kracht in de kledingindustrie. Het zijn voor een groot deel vrouwen die kleding produceren, maar het zijn ook vooral vrouwen die veel kleding kopen. Zij kunnen de kledingindustrie veranderen.’ Met deze actie moet het winkelend publiek meer inzicht krijgen onder welke omstandigheden kleding wordt gemaakt om bewustere keuzes bij het kopen van kleding te maken.

Onrustig gaat Kammeraat van de een op de andere voet staan. Van al dat staan krijgt ze last van haar rug. Ondertussen prikt ze spelden in een blauwe stof. ‘Ik heb een dochter van dertien. Er is weinig duurzame kleding te koop voor haar leeftijd. Het is niet hip.’

Achter haar knippert een scorebord. Aan de rechterkant staat hoeveel stropdassen de vrijwilligers tot nu toe hebben gemaakt. Daarnaast de stand in Bangladesh. De lampjes van het bord haperen een aantal keren. Recht knippert het getal 395 voor de vrijwilligers in Nederland. Links de score van 12881 voor het aantal stropdassen die in dezelfde tijd door werknemers in Bangladesh worden gemaakt.

Astrid Mullaart (50) uit Amsterdam werkte achttien jaar in de kledingindustrie. Ze zat veel met kledingproducenten om tafel en zag de slechte arbeidsomstandigheden van dichtbij. Vandaag staat ze als vrijwilliger in het naaiatelier. ‘Het kost veel geld om alleen maar duurzame kleding te kopen. Soms koop ik ook gewoon wat duurdere kleding zodat het langer meegaat. Je moet uitkijken dat je niet doorslaat. Maar helemaal niets doen is ook niet goed.’

Haar buurvrouw knikt instemmend. De zon laat even van zich zien en schijnt naar binnen. Ze zucht van de warmte in het kleine hok. ‘We kunnen dit nog niet eens tien uur volhouden. Laat staan elke dag.’

Tweede Kamerlid van GroenLinks, Isabelle Diks, neemt plaats achter een van de naaimachines. Ze schuift haar lange gebloemde jurk aan de kant. ‘Er is veel te weinig aandacht voor kwaliteit van textiel en de fabricage ervan. Hoe kan het nu dat hier een t-shirt in de winkel voor twee euro hangt? Gratis bestaat niet.’